GuusHuus | Prikbord | verhaal002
Boek
Prikbord

Watersnoodramp 1953, geschreven door Ruben

Met dit verhaal heeft Ruben de verhalenwedstrijd van de Franciscusschool gewonnen.

Het woei heel hard die nacht, zo hard dat de bomen bogen als lucifers. Ik lag in mijn bed. Voor één keer mocht mijn hond Caspar bij mij slapen, omdat het zo stormt. Mijn vader en moeder waren beneden; ze luisterden naar de radio die nog meer regen en wind voorspelde. Mijn vader zei dat het morgen of later wel weer beter zal zijn, maar dat was niet waar. Want de storm werd alleen maar erger en mijn vader vertrouwde het niet meer, en ging eens buiten kijken. Maar dat was geen goed idee.

Bijna kreeg hij een dakpan op zijn hoofd. Hij ging vlug naar binnen. Toen gebeurde het want ons huis stond vlak bij een dijk en die dijk had het begeven. Caspar jankte angstig. Toen kwamen mijn vader en moeder naar boven. Ze haalden me uit bed. Ze zeiden niets. Pas toen ze een heleboel spullen op zolder hadden gezet zeiden ze dat de dijk was doorgebroken en het water al in de kamer stond. Daarom gingen ze naar de zolder, want zo hoog kwam het water niet.

Watersnoodramp 1953. Foto: Beeldbank Zeeuwse Bibliotheek

Ik zat met een angstig gezicht door het raam te kijken. De volgende dag werd ik al vroeg wakker en keek naar buiten. Wat ik daar zag was het ergste van het ergste. Overal was water. De dijk was kapot. Je zag niet meer wat zee en wat land was. Toen mijn vader en moeder ook wakker waren gingen we beneden kijken. Mijn vader pakte de grote Nederlandse vlag en nam hem mee naar boven. Toen hoorden we het geluid van een helikopter. "Snel", riep mijn vader, "we moeten een teken van leven geven!" Hij pakte de vlag en stak hem door het raam. Gelukkig zagen ze ons, en tilden ze ons in de helikopter. "We zijn gered", dacht ik.

We zijn geëvacueerd naar het oosten van Nederland. Daar wonen we nu. Als ik in mijn bed lig denk ik nog vaak aan wat er gebeurd is.



terug naar prikbord